|
Het onderzoek door de kenniskring KenVaK naar hoe effectief vaktherapieën zijn in de behandeling van jongeren met crimineel gedrag, trekt wereldwijde belangstelling.
Leden van de kenniskring hebben meer dan dertig lezingen in binnen- en buitenland gehouden over dit praktijkgericht onderzoek. Er is een tiental artikelen gepubliceerd, waaronder in het wereldwijd verschijnend vakblad The Arts of Psychotherapy.
Schoolvoorbeeld praktijkgericht onderzoek in het hbo Henk Smeijsters, lector vaktherapieën aan Hogeschool Zuyd, bestempelt het RAAK-project Vaktherapie als Gedragsinterventie in de Justitiële Jeugdinrichtingen als een schoolvoorbeeld hoe je in het hbo praktijkgericht onderzoek aanpakt. Docentonderzoekers van twee hogescholen (Julie Kil, Han Kurstjens, Jaap Welten en Gemmy Willemars) fungeerden als deelprojectleiders voor respectievelijk danstherapie, muziektherapie, dramatherapie en beeldende therapie. Samen met studenten en vaktherapeuten van zes justitiële jeugdinrichtingen ontwikkelden zij interventies. Stichting Jeugdzorg St. Joseph van Cadier en Keer was de gangmaker van de praktijkinstellingen. “We hebben de ervaring die de vaktherapeuten in deze instellingen hebben, benut. Een groot aantal therapeuten heeft aan het onderzoek meegedaan, als lid van de ontwikkelgroep of als peer reviewer. Zo creëer je draagvlak.” Dat is in zijn ogen de kern van een praktijkgericht onderzoek.
“Je onderzoekt wat voor het werkveld relevant is en zorgt voor uitkomsten die het professioneel handelen verbeteren.”
Effectiviteit aantonen In dit RAAK-project had dat een duidelijke reden. De justitiële jeugdinrichtingen passen vaktherapieën, zoals dans-, muziek-, beeldende- en dramatherapie al jarenlang toe. Het ministerie - de financier - wil in de toekomst enkel nog betalen voor therapieën waarvan de effectiviteit is aangetoond. Daarvoor is nu een eerste aanzet gegeven. Als eerste stap zijn de probleemgebieden beschreven. Henk Smeijsters: “Deze delinquente jongeren hebben vaak een irreëel zelfbeeld, gebrekkige sociale vaardigheden en kunnen hun emoties nauwelijks sturen.” Ander onderzoek laat zien dat de aanwezigheid van deze factoren crimineel gedrag voorspelt. De tweede stap was het ontwikkelen van interventies voor elk van de vier therapievormen. Zonder het spelkarakter van het vak om zeep te helpen, hebben de professionals en onderzoekers samen kaders gecreëerd waarbinnen de therapie zich moet afspelen. Daarna is een theorie ontwikkeld waarom vaktherapie bij deze groep werkt en als laatste zijn de interventies toegepast en gemonitored. “De vaktherapeuten hebben de jongeren geïnterviewd over de effecten die ze zelf ervaren en er zijn vooraf en achteraf meetinstrumenten afgenomen.”
Positieve signalen Alle onderzoeksdata, zowel de kwantitatieve als kwalitatieve, wijzen erop dat deze vorm van therapie effectief is bij deze groep. “Maar we hebben nog geen statistische significantie kunnen aantonen”, zegt de onderzoeker. Met andere woorden: alle signalen duiden op een positief effect, maar de aantallen (personen en sessies) zijn vooralsnog te klein om ook statistische significantie te bereiken. De resultaten op de meetinstrumenten wijzen evenwel in de goede richting en de kwalitatieve data zijn zeer overtuigend. De lector is overtuigd van de noodzaak voor vaktherapie. “Deze jongeren zijn zowel cognitief als verbaal niet sterk. Daarom werken verbale therapieën in beperkte mate. Ze willen helemaal niet naar de therapie. Vaktherapieën hebben een lage drempel. Ze ervaren het als een spel. Ondertussen kan de vaktherapeut toch aan bepaalde doelen werken. Jongeren laten rappen leert ze bijvoorbeeld hun onvrede op een andere manier uiten dan door agressief gedrag.” In de loop van 2011 verschijnt een boek met alle resultaten.
Veel aandacht De aanpak van de kenniskring in dit project heeft de aandacht getrokken. In overeenstemming met het beleid van de provincie Limburg is een nieuw RAAK-project gestart. Henk Smeijsters: “De provincie wil specialistische hulpverleners de wijk in brengen, jeugdpsychiaters, kinderpsychologen, ze moeten naar de cliënt gaan in plaats van andersom. We gaan nu op dezelfde manier vaktherapeutische interventies ontwikkelen binnen de context van het laagdrempelige jongerenwerk, daar waar jongeren terecht kunnen na hun verblijf in een inrichting of om te voorkomen dat ze naar een inrichting toe moeten.” Ook het Vincent van Gogh Instituut heeft de kenniskring gevraagd eenzelfde praktijkgericht onderzoek in de vorm van een RAAK-project te starten voor vaktherapieën voor mensen met psychiatrische problemen. Eenzelfde project staat op stapel voor de forensische psychiatrie. Kenniscreatie en kenniscirculatie, door middel van praktijkgericht onderzoek, zijn dus duidelijk op gang gekomen. Dat door de activiteiten van de kenniskring het buitenland nu met veel belangstelling de ontwikkelingen in Nederland op dit vlak volgt, doet Henk Smeijsters meer dan deugd. “Omdat Nederland geen universitaire opleiding in deze richting kent, vond er geen onderzoek plaats. Daar hebben wij nu voor gezorgd. En ik merk dat men nu ook in het buitenland met waardering naar ons kijkt.”
Overgenomen van www.hszuyd.nl |