nieuws

vrijdag, 25 november 2011 11:12

Fitter door zorgverlener

Als iemand van zijn dokter te horen krijgt dat hij vaker moet sporten, is de kans groot dat hij dat niet gaat doen. Maar hoe kun je dan een patiënt wel helpen om actiever te worden? 23 november promoveerde Barbara Sassen op dit onderwerp aan de Universiteit Maastricht. Sassen is werkzaam bij het Kenniscentrum Innovatie van Zorgverlening van de HU.

 

De meeste mensen weten dat bewegen goed is. Waarom komt het er dan vaak niet van? De kans op succes is het grootst als de patiënt de voor- en nadelen van intensief bewegen kan benoemen en als hij inschat dat het haalbaar voor hem is om intensiever te sporten. Daarin kunnen ook professionals in de zorg een rol spelen. Barbara Sassen, werkzaam bij het Kenniscentrum Innovatie van Zorgverlening (Lectoraat Leefstijl en Gezondheid) van Hogeschool Utrecht: ‘Ik denk dat als de professional zelf gemotiveerd is, hij de patiënt eerder gemotiveerd kan krijgen om meer en intensiever te bewegen.’

 

Rol professionals in de zorg

Professionals in de zorg vinden gezondheidsvoorlichting over een actieve leefstijl erg belangrijk. Toch komt het er niet altijd van om dit bij de patiënt aan te kaarten. Professionals gaan eerder het gesprek aan over fitheid, als ze zich realiseren dat het binnen hun beroepsgroep belangrijk wordt gevonden om dit te doen. Sassen heeft naar aanleiding van haar onderzoek een trainingsmethode ontwikkeld waar fysiotherapeuten en verpleegkundigen getraind worden om hun patiënten voor te lichten over fitheid, op de manier dat de kans het grootst is dat de patiënt ook echt fitter wordt. Deze training wordt aangeboden als een test. Hoe succesvol de training is, is in het voorjaar bekend.

 

Onderzoek

Sassen onderzocht patiënten met hart- en vaatziekten en diabetes type 2, in een studie onder het Utrechtse politiecorps, de UP-LIFT studie. Fitheid is voor patiënten met hart- en vaatziekten en diabetes type 2 erg belangrijk, omdat hierdoor risico’s afnemen, omdat de bloeddruk daalt, het gunstige cholesterol HDL stijgt, het ongunstige cholesterol LDL daalt, glucose sneller wordt verwerkt en de buikomvang afneemt. Sassen:  "Deze groep patiënten beweegt al veel, maar vaak niet intensief genoeg om fit te zijn." Daarnaast onderzocht ze fysiotherapeuten en verpleegkundigen en de manier waarop deze voorlichting geven over fitter worden aan hun patiënten.